Visual Resonances

by Karin Bareman

Dutch Essays

For Dutch Eyes Only – Up Close and Personal: Satoshi Fujiwara’s ‘Code Unknown’

De man lijkt een perfecte belichaming van de literaire personages Dr. Jekyll en Mr. Hyde. De linkerhelft van zijn gezicht valt precies in de schaduw, de rechterkant baadt in het zonlicht. Twee ruwe vingers met enorm scherp uitziende nagels wrijven gewelddadig de slapertjes uit zijn linkeroog. Zijn rechteroog staart me kwaadaardig aan. Huiverend blader ik verder.

Satoshi Fujiwara geeft in zijn recente fotoserie Code Unknown een nieuwe betekenis aan de uitdrukking ‘iemand dicht op de huid zitten’. De kijker wordt geconfronteerd met een aaneenschakeling van poriën, rimpels, huidplooien, kraaienpootjes, baardharen, moedervlekken en andere dermatologische oneffenheden. Erg flatteus is het allemaal niet. De beelden doen in eerste instantie denken aan Bruce Gildens Face en America Made. Maar waar Gilden het gezicht hard inflitst, maakt Fujiwara uitsluitend gebruik van daglicht op zonnige dagen. Het kleurenpalet is hierdoor warm en zacht. Het maakt de geportretteerden een stuk menselijker dan bij Gilden het geval is. En in tegenstelling tot Gildens frontale composities kijkt Fujiwara meestal met zijdelingse blik naar zijn onderwerp. Hij zoomt daarbij sterk in op de details van het gezicht. Dit heeft als gevolg dat de kijker nooit een volledig beeld van de geportretteerde krijgt. En dat lijkt precies Fujiwara’s opzet te zijn.

De serie is geïnspireerd door een scène uit de film Code inconnu: Récit incomplet de divers voyages van regisseur Michael Haneke. In deze film kruisen de paden van een aantal Parijzenaars elkaar tijdens een kortstondig maar beladen incident. Hun verdere leven wordt getekend door deze gebeurtenis. De rode draad van het verhaal is dat de verschillende personages slechts een vluchtige indruk van elkaar hebben kunnen krijgen. Dit leidt tot ernstig verstoorde communicatie tussen hen onderling. Dialogen verworden tot monologen, monologen verzanden in stilte en soms wordt er gewoon helemaal niet meer gesproken. In de specifieke scène die ten grondslag ligt aan het werk van Fujiwara zien we een zwijgzame fotograaf stiekem zijn medepassagiers in de Parijse metro vastleggen.

Fujiwara volgt in het voetspoor van Hanekes film en heeft voor Code Unknown gedurende een aantal maanden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zijn medepassagiers gefotografeerd in de Berlijnse metro. Maar ondanks het multiculturele karakter van de Duitse hoofdstad heeft hij zich vooral gericht op het vastleggen van oudere, blanke reizigers. Toen ik hem hiernaar vroeg, gaf de fotograaf aan de oudere, getekende huid interessanter te vinden dan een jong, strak gezicht. Alhoewel dit vanuit een esthetisch oogpunt goed te verantwoorden valt, zou het in ethisch opzicht wel eens vragen kunnen opwerpen. Alle foto’s zijn immers genomen zonder toestemming. Hoewel Fujiwara de identiteit van de geportretteerden probeert af te schermen door middel van compositie, ingrijpende digitale beeldbewerking, het haast verblindende zonlicht en de vele handgebaren van de reizigers – er wordt regelmatig in de ogen gewreven, handen worden over het gezicht gehaald – kunnen juist de details van de huid een clou bieden aan de gedreven speurder.

Niet alleen in de foto’s zelf, ook in de presentatie ervan onderneemt Fujiwara stappen om de herkenbaarheid van zijn medepassagiers te verhullen. Het gelijknamige boek bestaat uit losse bladen van verschillende papiersoorten en -maten, die in elkaar gevouwen zijn. De ene bladzijde verbergt daardoor deels de daaropvolgende. Verder heeft de fotograaf portretten herhaald, foto’s gekanteld afgedrukt, beelden in zwart-wit omgezet en uitsneden van uitsneden gemaakt. Het levert een vervreemdend effect op. De gezichten verworden tot abstracte puzzelstukjes, waar naar willekeur mee geschoven mag worden. Het ontwerp verraadt bovendien Fujiwara’s achtergrond in grafische vormgeving.

 

De kijker wordt geconfronteerd met een aaneenschakeling van poriën, rimpels, huidplooien, kraaienpootjes, baardharen, moedervlekken en andere dermatologische oneffenheden. Erg flatteus is het allemaal niet.

 

De fotograaf heeft de bescherming van zijn medereizigers nog verder doorgevoerd in een sitespecifieke installatie in de etalage van de Issey Miyake Store in Ginza, Tokyo. Een lange strook fotopapier met de werken hangt vanaf het plafond tot aan de grond. Het gedeelte van de rol dat op de vloer is geëindigd, is gescheurd, gekreukeld en verfrommeld. Het letterlijke geweld dat het papier is aangedaan, is analoog aan het metaforische geweld aan de afgebeelde gezichten. En terwijl Fujiwara in zijn foto’s kledingstukken grotendeels vermijdt, omdat die te gemakkelijk de identiteit van de drager weggeven, heeft hij samengewerkt met de Japanse modeontwerper Issey Miyake voor een lijn T-shirts en tassen. De werken uit Code Unknown zijn hiervoor in een nog sterker uitgesneden vorm gebruikt als beeldelement.

De serie leidt zo niet alleen een interessant tweede leven buiten de fotografiewereld om, maar roept tegelijkertijd allerlei vragen op over het gebruik en de betekenis van het beeld. In hoeverre kunnen deze foto’s nog beschouwd worden als een portret? Wat kan een portret ons daadwerkelijk vertellen over het onderwerp? Leiden de verschillende manieren van presenteren tot een ander inzicht in de geportretteerde? Mag een modemerk wel gebruikmaken van de afbeeldingen van mensen die hiervoor geen toestemming hebben verleend? Waarom lijkt dit minder acceptabel te zijn dan wanneer dezelfde foto’s in een tentoonstelling of een boek gepresenteerd worden? En hoe kunnen de dragers van deze kledingstukken een eigen identiteit creëren door middel van het portret van mensen van wie de identiteit juist zoveel mogelijk verdoezeld is? Wat zegt dit eigenlijk over de drager?

De vraag is bovenal of Fujiwara er daadwerkelijk in slaagt de identiteit van zijn medepassagiers te verhullen. De foto’s komen ondanks alle ingrepen over als zo’n directe reflectie van de werkelijkheid dat de argeloze kijker in eerste instantie de beelden voor waar aanneemt. De portretten lijken zo veel informatie te bevatten dat de passagiers in kwestie makkelijk getraceerd zouden kunnen worden. Code Unknown roept in ieder geval de vraag op of we in staat zijn een juiste indruk te krijgen van mensen die we vluchtig passeren in het dagelijks leven op basis van hun uiterlijk alleen. In dat opzicht wijkt Fujiwara sterk af van fotografen die eerder de microkosmos van de metro vastgelegd hebben, waaronder Walker Evans en Bruce Davidson. Zij hebben immers getracht verslag te doen van een specifiek aspect van het stedelijk leven, waarin werkelijk bestaande figuren een rol spelen en waarin juist de (h)erkenning van de medemens het doel is. Fujiwara maakt met Code Unknown duidelijk hoe onmogelijk deze opgave eigenlijk is.

Satoshi Fujiwara (Kobe, Japan, 1984) is van oorsprong grafisch vormgever, maar woont en werkt nu als fotograaf in Berlijn. Zijn werk is onder andere tentoongesteld in de IMA Concept Store in Tokyo in 2015 en als onderdeel van de Monat der Fotografie OFF in Berlijn in 2015. In 2014 ontving hij de Japan Photo Award. Zijn eerste publicatie, Code Unknown, is in 2015 uitgegeven door IMA Photobooks.

Dit artikel is voorheen gepubliceerd in EXTRA Magazine #19.

LEAVE A RESPONSE

Your email address will not be published. Required fields are marked *